Arctische Grensoorlog (nl)

From MicroWiki, the micronational encyclopædia
Jump to: navigation, search
Arctische Grensoorlog
Abw.png
Strategisch verloop van de oorlog
Datum april 1818 - 16 mei 1826
Locatie Noordelijk gedeelte van Yukon en Russisch-Amerika.
Resultaat Patstelling*
Strijdende partijen

Geallieerden:
Austria.png Koninkrijk Servusland
Rusflag.png Russische Keizerrijk

Habsburg.jpg Keizerrijk Oostenrijk
Sve.png Koninkrijk Zweden
Arg.png Argentinië
Fra.png Koninkrijk Frankrijk (1821-1826)


Unionflag.png Groot-Brittannië

Commandanten

Austria.png Bel.png Albert Vandermeersch
Austria.png Maximilian Edelweiss
Austria.png Karl Schweizer
Rusflag.png Sergei Gorbatschow
Rac.png Valeri Kuznetsov
Rac.png Vladislav Voronin
Habsburg.jpg Moritz von Ziegler
Sve.png Niklas Gillis
Arg.png Javier Pérez
Fra.png Louis Antoine d'Antraigues

Unionflag.png Lord Craig Norrington
Hbc.png Daniel Beckett


Sterkte

Austria.png 154
Rusflag.png 18
Rac.png 127
Habsburg.jpg 60
Sve.png 51
Arg.png 25
Fra.png 65

Unionflag.png 89
Hbc.png 314

Slachtoffers en verliezen
43 doden 37 doden
Notities
*In 1826 tekenden beide partijen een overeenkomst waarbij de Britten de Servussische nederzettingen in het noorden van Yukon erkenden en de geallieerden erkenden dat de rest van Yukon Brits was, met uitzondering van de regio's rondom de Servussische nederzettingen.

De Arctische Grensoorlog is de naam van een serie gewapende conflicten tussen pelshandelaren die plaatsvonden tussen april 1818 en mei 1826 in het gebied waar nu Yukon Territorium ligt, in Canada. Tevens vonden er ook kleine schermutselingen plaats op het gebied van Russisch-Amerika.

Voorgeschiedenis

Net na de Napoleontische oorlogen zocht Leopold II van het Koninkrijk Servusland naar nieuwe oorden om lucratieve handelsroutes op te kunnen zetten. Zijn oog viel op het noordelijke gebied van Canada. Het bevriende Russische Keizerrijk had een kolonie in Alaska, te weten Russisch-Amerika. Het Russische Keizerrijk verdiende door de Russisch-Amerikaanse Compagnie veel geld in de zeer lucratieve pels- en bonthandel.

Leopold II van het Koninkrijk van Servusland hoopte een graantje mee te pikken in deze handel en organiseerde een expeditie naar een onherbergzaam gebied dat tot dan toe onbewoond was (op een aantal Eskimo's na), de noordelijke Yukon. Koning Leopold II benoemde Albert Vandermeersch tot leider van de expeditie en stuurde hem op pad met het schip Felix. Via de Noordelijke IJszee bereikte Vandermeersch in 1816 het vasteland van noordelijk Yukon.

Direct begon men met de bouw van diverse kleine nederzettingen om vanuit deze plaatsen de jacht beter te kunnen organiseren. Vandermeersch sloot bondgenootschappen met handelaren uit het Russische Keizerrijk, Oostenrijk, Zweden en Argentinië. Zij zouden het recht krijgen gebruik te maken van Servussische faciliteiten mits zij een deel van de jachtopbrengst zouden afstaan aan de Servussen. Noorderstad fungeerde als haven in het uiterste noorden van Nieuw-Servusland, vanuit Noorderstad gingen schepen en wagens van pelshandelaren richting de grotere Russische verzamelbasis Nieuw Sint-Petersburg, enkele honderden kilometers verderop. Vanuit handelsposten in Russisch-Amerika werden de huiden doorverkocht en getransporteerd naar Europa.

Vlag van de Russisch-Amerikaanse Compagnie.

Aanloop naar het conflict

Eind 1817 liepen Servussische jagers Britse jagers tegen het lijf in de onherbergzame gebieden van Yukon, ergens tussen Dawson en Fort De Clercq. Dit leidde tot kleine schermutselingen en hier werd dan ook de kiem gelegd voor een lange periode van schermutselingen. In de eerste maanden van 1818 werd hierdoor de relatie tussen de Servussische, Russische, Oostenrijkse, Zweedse en Argentijnse handelaren versterkt aangezien de Britten nu een gezamenlijke vijand waren. In april besloten de Russen een forse versterking naar Fort De Clercq te sturen, niet lang daarna deden ook de Servussen dit.

Nadat er in april een gecombineerde equipe bestaande uit Servussische/Russische/Oostenrijkse/Zweedse en Argentijnse handelaren werd overvallen door een groep Britten ten oosten van Fort De Clercq tekenden de Servussische, Russische, Oostenrijkse, Zweedse en Argentijnse handelaren een pact en besloten verder te gaan als een verenigde groep, de geallieerden.

Slag bij Fort McPherson

Als vergelding voor de overval besloten de geallieerden in april 1818 een gecombineerde aanval onder leiding van Sergei Gorbatschow uit te voeren op de Britse verzamelbasis Fort McPherson, enkele honderden kilometers ten oosten van Fort De Clercq. Een overmacht van geallieerde troepen vermorzelde het kleine Britse legioen bij Fort McPherson. Tevens werd het fort tot aan de grond afgebrand.

Britse reactie

De Britse leider van het territorium Yukon, Lord Craig Norrington, was ziedend en riep direct uit tot een mobilisatie van een kleine groep militairen en trok vanuit het zuiden van Yukon noordwaarts richting de geallieerde nederzettingen. Na enkele weken besloot Norrington niet tot een massale aanval over te gaan, omdat zijn legergroep aanzienlijk kleiner was dan die van de geallieerden. Bij een directe confrontatie zouden de Britten vrijwel geheel kansloos zijn geweest. In plaats daarvan besloot hij te wachten op versterkingen en ondertussen liet hij elitetroepen kleine speldenprikjes uitdelen aan de geallieerden. De gevechtslinie kon per dag wel kilometers naar het noorden verschuiven, om vervolgens (na aanvallen van de geallieerden) weer naar het zuiden te verschuiven. Dit ging zo enkele maanden door omdat de geallieerden ook niet bij machte waren de beslissende slag toe te dienen.

Slag bij Yukon River

In februari 1819 kwamen dan uiteindelijk de door Norrington zo gewenste versterkingen aan. De troepenmacht van de Britten werd daarmee uitgebreid tot ongeveer 400 manschappen. In het geheim wilde Norrington een verrassingsaanval uitvoeren op Fort De Clercq. Echter, door adequaat spionagewerk van de geallieerden slaagde Norrington er niet in zijn plannen geheim te houden, waarop de geallieerden direct hun troepen verzamelden en zuidwaarts trokken. Enkele kilometers ten noorden van de Yukon rivier raakten de geallieerden slaags met de Britten, die een tactisch voordeel hadden aangezien zij zich heuvelopwaarts bevonden. De slag eindigde in een overwinning voor de Britten en de geallieerde opmars was daarmee gestuit, de verliezen waren echter groter aan Britse zijde. In de vele maanden na de slag waagden beide partijen geen serieuze poging tot aanvallen waardoor de situatie weeral in een impasse geraakte.

Slag bij Peel River

Na maanden van kleine schermutselingen besloot een hersteld Brits leger in augustus 1820 een aanval uit te voeren op Ravenburg. Wederom wisten de Britten de plannen niet geheim te houden en dus raakten zij opnieuw slaags met de geallieerden, die zich aan de noordkant van de Peel rivier bevonden. Daarmee hadden de geallieerden een tactisch voordeel en ondanks de Britse numerieke overmacht hielden de geallieerden stand. De verliezen waren beperkt aan beide zijden aangezien de Britten zich snel terugtrokken toen zij erachter kwamen dat de slag niet gewonnen kon worden. Daarna raakte de grensoorlog in een status-quo die in stand bleef tot 1822.

Peel River, Yukon.

Slag bij Fort De Clercq

De Britten beseften na de slag bij Peel River dat de geallieerden met deze strategie niet verslagen konden worden en de oorlog bleef twee jaar stil staan. In september 1822 werd een Servussische spion in centraal-Yukon door de Britten gevangengenomen die waardevolle informatie had moeten verstrekken aan de geallieerden. Hierop besloten de Britten een grote aanval uit te voeren op Fort De Clercq. Het legertje van Norrington, bestaande uit circa 150 man, vertrok eind september richting Fort De Clercq. De geallieerden werden verrast en trokken zich noodgedwongen terug tot in de heuvels van Noord-Yukon. Fort De Clercq werd gemakkelijk bezet en afgebrand door de Britten, die niet besloten verder noordwaarts te trekken. De verliezen aan beide zijden waren wederom niet groot waardoor het machtsevenwicht niet doorbroken was. Aangezien de geallieerden zich hadden verschanst in de gunstige positie van de heuvels van Noord-Yukon waagden de Britten geen aanval uit te voeren op dit gebied en de geallieerde handelsposten in het noorden en trokken nochtans enigszins teleurgesteld weer zuidwaarts.

Na 1822

Na de slag bij Fort De Clercq was de strategische positie van de geallieerden erg kwetsbaar geworden maar door middel van handige diplomatie slaagde Albert Vandermeersch erin enkele Franse handelaren en hun gevolg uit Canada aan zich te binden. Deze traden toe tot het geallieerde pact. Daarna besefte het Britse kamp dat het machtsevenwicht daarmee compleet was en raakte de oorlog weer in een impasse. In de jaren na 1822 vonden en alleen maar kleine aanvallen over en weer plaats.

Vredesverdrag

Op 16 mei 1826 tekenden de geallieerden en de Britten, op aandringen van de Britse en Servussische autoriteiten, een vredesverdrag in Mayo, Yukon. De Britten erkenden de Servussische nederzettingen in het noorden van Yukon en de geallieerde handelaren en jagers erkenden dat de rest van Yukon Brits was, met uitzondering van de regio rondom de Servussische nederzettingen.